Onze-Lieve-Vrouw Geboortekerk te Overslag – Wachtebeke

Historische achtergrond

De naam Overslag verwijst naar de plaats waar sinds de middeleeuwen de lading van boten ‘overgeslagen’ werd naar kleinere boten om zo Gent te bereiken. Om overstromingen te vermijden, werd de Axelse vaart (Axel-Gent) afgedamd en zo kreeg de plaats haar naam. Met het graven van de Sassevaart in de 16de eeuw, de voorloper van het kanaal Gent-Terneuzen, werd de overslag overbodig.
In 1648 legde het verdrag van Münster de grens vast tussen België (Koningsbodem) en Nederland (Statenbodem). De grens liep dwars door Overslag, en vormde ook de grens tussen protestanten en katholieken. Voortaan moesten de katholieken ten noorden van Overslag naar Wachtebeke om een eredienst te volgen. Om de afstand in te korten werd een grenskapel in Overslag opgericht. De paters Recolletten organiseerden in de kapel de goddelijke diensten van 1692 tot 1822.
De eerste grenskapel werd ingericht in een schuur, die later werd omgebouwd tot een klein gebouw van boomstammen. Op een andere locatie ontstond in 1711 de eerste stenen kerk na een legaat met bouwgrond van Anna Lippens en Pieter Joannes Thierens. Deze kerk werd toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw-Geboorte. Door de oprichting van de kapel ontstond ook de zelfstandige parochie Overslag, die zowel op Belgisch als op Nederlands grondgebied ligt. Rond de kapel was er vanaf het begin ook een kerkhof. Pas in 1721 werd het huidige kerkhof rond de nieuwe kerk ingewijd.

De eerste stenen kerk bestond oorspronkelijk uit één beuk die ongeveer overeenkomt met de huidige middenbeuk. De huidige ingangsdeur met omlijsting was toen al aanwezig. De kosten van de bouw in 1711 werden gedragen door mecenas-bisschop Philippe Van der Noot van Gent. Hij was voorstander van het oprichten van grenskapellen om de calvinistische invloeden in de regio tegen te gaan. Legaten en giften bepaalden het tempo om de kerk af te werken, al gooide een brand in 1733 roet in het eten. De bevolking was trouwens vindingrijk om inkomsten aan te trekken voor het onderhoud van de kerk. Zo graasden tot 1844 schapen op het kerkhof tegen betaling. De toestemming van het bisdom Gent in 1788 om net over de Nederlandse grens in Zuiddorpe toch een katholieke kerk te bouwen, was een tegenslag voor Overslag. De gelovigen uit het noorden gaven vanaf dan hun centen aan deze nieuwe kerk en niet meer aan Overslag…

Voor de bevolking van Overslag is er één belangrijke dag in het jaar, namelijk het feest van Onze-Lieve-Vrouw Geboorte. Die dag, 8 september of de eerste zondag erna, viert het dorp kermis en zoals het een goede en aangename traditie betaamd, is dat nog steeds het geval!

In 1849 telde de parochie 1100 inwoners, omdat 98% daarvan kerkgangers waren, werd de kerk uitgebreid met twee zijbeuken, een aparte doopkapel en een bergplaats. Architect Louis Roelandt, stadsarchitect van Gent, tekende de plannen.
Een tweede uitbreiding naar ontwerp van architect Hendrik Geirnaert verliep niet zo vlot. Al in 1876 vroeg het kerkbestuur toestemming om de kerk te verlengen met één travee en een nieuwe kerktoren te bouwen maar die kregen ze uiteindelijk pas twintig jaar later! De reden: er waren niet genoeg middelen en bouwgrond. De inwijding van de vernieuwde kerk in zijn huidige vorm, gebeurde door E.H. Deken De Groote uit Lokeren op 14 mei 1900. Pas in 1902 werden de gekleurde glasramen met vermelding van de schenkers geplaatst.
De Lourdesgrot kwam er door initiatief van E.H. Richard De Buyst, de lokale boeren schonken landbouwmateriaal voor de bouw. Deze pastoor betaalde ook de stenen muur met de zeven kapellen van Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën rond het kerkhof.

De pastorie van Overslag bestond zeker al in 1634 maar werd pas gekocht door het bisdom Gent in 1700. Enkele jaren later werd de dreef naar de kerk aangelegd en uiteindelijk schonk het bisdom het gebouw aan de kerkfabriek. Pastoor Eduard Steenput, die eerste uitbreiding van de kerk realiseerde, besloot toen ook een aanvraag te doen voor een nieuwe pastorie. De onderhoudskosten van het oude gebouw waren torenhoog en de huidige pastorie werd gebouwd in 1860.

 

Zoals zoveel bronzen klokken werden ook de klokken van Overslag tijdens WOII opgeëist door de Duitsers. Na de oorlog kreeg de kerk een nieuwe bronzen klok waar Henri Noë de peter en Mevr. Achiel Spanhove de meter van was.
Tijdens de hele 20ste eeuw vonden de klassieke herstellingen zoals herschilderen, aanpassen van het verwarmingssysteem, herstellen van het dak en de glasramen enzovoort plaats. In 1995 was er een laatste grote renovatie met onder andere herstellingen aan de buitenmuren en de toren.
In 1985 werden de gronden voor de kerk onteigend. Op de plaats van de oude feestzaal van de gezusters Van Hecke kwam een grote geasfalteerde parking met beplanting aan de rand, het huidige Van Puyveldeplein. Het kerkhof is nog steeds in gebruik en de dreef naar de pastorie nog goed onderhouden. In de kerk zelf werden de nodige brandbeveiligingsmaatregelingen uitgevoerd om concerten te kunnen organiseren.
Vandaag zoeken de kerkfabriek en de gemeente naar een geschikte herbestemming. Ze doen dit met inspraak van alle buurtbewoners dankzij het project “Kerk in het midden”.

Wat is er te zien in de kerk van Overslag? Kunsthistorische achtergrond

De kerk is een zogenaamde hallenkerk met drie beuken, gescheiden door zuilen, onder één gezamenlijk dak. Het meest opvallendste aan de buitenkant is de barokke toegangsdeur geaccentueerd door de omlijsting in witte zandsteen. In de nis boven deze deur staat het oudste beeld van de kerk: een houten gepolychromeerd beeld van Onze-Lieve-Vrouw. Niet Onze-Lieve-Vrouw Geboorte, maar wel Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen die staat op een slang met in de bek een appel. Daarmee wordt verwezen naar het Paradijsverhaal waarin Adam en Eva door de slang worden verleid om in de appel te bijten. Boven de nis staat het wapenschild van de grootste geldschieter van de kerk, bisschop Philippe Van der Noot. Op het wapen zijn vijf St-Jacobsschelpen in kruis en daaronder een banderol met zijn familiespreuk “Respice finem” (Denk aan het einde) te zien. Van der Noot was in de 18de eeuw een belangrijke bisschop en zijn barok praalgraf is nog steeds te bekijken in de Gentse Sint-Baafskathedraal.

Aan de buitenzijde van het koor van de kerk is er een voorstelling van het vagevuur onder het Christusbeeld aangebracht. Op het kerkhof kwamen regelmatig beenderen naar boven en uit eerbied werden die naar het beenderhuis op het kerkhof gebracht. Die beenderhuizen werden later omgevormd tot een aards vagevuur met beeldhouwwerken en schilderijen. In Overslag werd het vagevuur enkel voorgesteld door muurschilderingen met een ijzeren rooster ervoor (verdwenen) en bovenaan de nis het opschrift: “Want de hand des Heeren heeft mij geraakt” (Job 19; 21). Niet veel van dergelijke ‘vagevuren’ zijn bewaard.

Het interieur van de kerk geeft een open en overzichtelijke aanblik. Aan elke kant van de middenbeuk staan vijf zuilen met wit geschilderde heiligenbeelden. De beelden dateren uit de 19de eeuw. Aan de vrouwenkant, de linkerkant kijkend naar het altaar, staan enkel vrouwelijke heiligen. Terwijl aan de andere kant, de mannenzijde, enkel mannelijke heiligen te zien zijn.

Het valt op dat de kerk drie grote kruisbeelden heeft. Twee aan de buitenkant: eentje boven het vagevuur aan het koor en een wit geschilderd houten beeld bij de hoofdingang. Tegen de eerste zuil binnen in de kerk prijkt nu het beeld uit 1720 dat vroeger vermoedelijk buiten aan het vagevuur hing. Samen met het Onze-Lieve-Vrouwbeeld boven de hoofdingang is dit één van de oudste beelden in de kerk.

In het koor staat een barokaltaar gewijd door Mgr. L.J. Delebecque in 1851. De reliëftaferelen op dit altaar stellen van boven naar onder een gekruisigde Christus, God de Vader onder een baldakijn met engelen, het Lam Gods op een verzegeld boek en Jezus de Goede Herder voor. Onderaan staat er nog een afbeelding van het Lam Gods.

Opmerkelijk in het interieur is de houten lambrisering. Ze werd in 1854 geplaatst en komt uit de kerk van Burst (Erpe-Mere). De eenvoudige lambrisering bestaat uit een houten wand met daarvoor een doorlopende zitbank met afsluiting. Opvallend zijn de haken met nummering boven de banken. Dit was ook één van de inkomsten, leden van verenigingen en gilden betaalden om een vaste plaats te kunnen krijgen! Na de brand van 1733 betaalde de Sint-Sebastiaansgilde ook een deel van de nieuwe banken. In de lambrisering werden ook twee biechtstoelen in dezelfde stijl verwerkt.

De kerk telt naast de kruisweg slechts vier monumentale, 19de-eeuwse schilderijen. Wie ze geschilderd heeft is onbekend, ze werden wel in 1880 gerestaureerd door E. Lafoise te Brussel. Er worden vier knielende personen voorgesteld, één op elk schilderij. Het gaat daarbij om de Heilige Ambrosius met kromstaf, bisschopsmijter en bijenkorf, om de heilige Coleta Boylet van Corbie, om een onbekende biddende kloostervrouw en om een voorstelling van de “Verschijning van Onze-Lieve-Vrouw aan Margaretha van Cortona.

Belangrijke delen van het interieur of de aankleding werden in Gent besteld en gemaakt. De firma van Matthias Zens leverde de preekstoel met de vier evangelisten en de zijaltaren gewijd aan Maria en de heilige Cornelius. Kunstenaar Remy Goethals vervaardigde de kruisweg met opvallende gouden achtergrond.

De glasramen verdienen een speciale vermelding, naast het altaar zijn Onze-Lieve-Vrouw en de Heilige Cornelius afgebeeld. Het glasraam in de doopkapel stelt de goddelijke deugden geloof, hoop en liefde voor met bovenaan de Heilige Geest als duif. De andere kleurrijke geometrische glasramen werden geschonken door parochianen.

Tot slot nog het orgel, dat werd in 1838 geplaatst en al na twintig jaar vervangen door een nieuw. Na WOII hergebruikte orgelbouwer Jos Loncke uit Essen delen voor het nieuwe orgel.

Parochianen en hun kerk

Zoals dat vroeger ging waren de kerk en religieuze activiteiten een belangrijk onderdeel van het parochiale leven. Op 9 april 1711 werd het reliek van de Heilige Cornelis in een grote processie overgebracht van de St-Catharinakerk van Wachtebeke naar de nieuwe kerk van Overslag.

In een feestelijke processie werd enkele decennia later, op 13 juni 1771, het beeld van de heilige Antonius van Padua met bijhorende reliek onthaald in de kerk.

Parochianen, verenigingen, gilden en congregaties waren ook belangrijke geldschieters voor de aankleding en decoratie van de kerk. De congregatie of broederschap van de “Jongmans” bijvoorbeeld betaalde in 1844 de Geraardsbergse beeldhouwer Van der Beeken voor een houten beeld van de heilige Aloysius van Gonzaga. Ook het kleed van het processiebeeld van Maria kwam tot stand door de inspanningen van de bevolking. In de kerkregisters staat dat de geschonken gouden juwelen werden gesmolten om te dienen voor het goudbrokaat van het kleed. Het kant kwam uit de kantschool van het klooster in Wachtebeke.

Mariaprocessie 1953

Grotere onderdelen van het interieur werden ook gefinancierd met subsidies. De preekstoel van Matthias Zens kon besteld worden nadat provincie Oost-Vlaanderen en het departement Justitie de nodige fondsen toekenden. Samen met gelden van de kerkfabriek en een lening van de gemeente Wachtebeke was er hiervoor in 1906 voldoende budget beschikbaar.
Veel gilden, congregaties en verenigingen waren actief in Overslag, meestal verbonden aan de kerk. Bekend zijn de Sint-Sebastiaangilde (°Wachtebeke 1575), het Gilde van de Heilige Cornelius (1721) en daaruit vloeiend in 1853 de Confrérie van het Heilige Sacrament. Kleiner waren de Congregatie van Onze-Lieve-Vrouw en de Congregatie der “Jongmans”. Ook de klassieke katholieke verenigingen zagen het daglicht in Overslag: de Katholieke Vrouwenbond, de Boerinnenbond, het Katholiek Vormingswerk Landelijke Vrouwen (KVLV) en de Katholieke Landelijke Jeugd (KLJ). De KLJ splitste zich in een Chiro en een Scouts.

Opvallend is het belang van muziek in de jaren 1960 en 1970.. Het jongerenkoor Zelzate Debbautshoek begeleidde “ritmische eucharistievieringen” en net zoals gelijkaardige erediensten in de kerk van Sas van Gent lokten die altijd veel volk. Ook de Harmonie Concordia-Overslag, die nog steeds bestaat, was betrokken bij die erediensten. In 1971 werd er zelfs speciaal een jongerenkoor opgericht om de “tienermissen” op te luisteren samen met de harmonie. Een ander koor, het parochiaal zangkoor, was nog actief tot 1995.

Inhuldiging van pastoor Buyts 1924

Het 300-jarig bestaan van de kerk in 2012 was opnieuw reden voor een groot feest in Overslag. Tijdens de kermis op 9 september werd door bisschop Mgr. Luc Van Looy een eredienst gevierd en was er ook een tentoonstelling van de kerkschatten. Daarnaast was er een groot volksfeest met ballonwedstrijd, wegelenbak, snoepworp vanuit de kerktoren en geleide bezoeken aan de kerk. Het feest werd ’s avonds afgesloten met een optreden van de lokale volksdansgroep Harimon.

In 2017 werd er met het opstellen van het kerkenbeleidsplan voor de gemeente Wachtebeke beslist om de kerk van Overslag te herbestemmen. Het is nu aan de buurtbewoners en parochianen om samen na te denken over de toekomst van hun parochiekerk.